4. Reconstructie van een verslag (1942/1943)

Friedrichshafen, april 1942

Over Friedrichshafen verspreid worden 12 barakkencomplexen voor het onderbrengen van duizenden nieuwe arbeiders uit de bezette landen gebouwd. Eind 1942, begin 1943 ontstaat aan de Hochstrasse, op een terrein naast het fabriekscomplex van Maybach, een groot 'Lager' met 64 houten barakken. Het zuidelijke deel daarvan heet 'Lager Seeblick'. Andere delen van dit complex zijn 'Lager Don' en 'Lager Wolga III'. De barakken worden gebouwd door bouwbedrijf Rostan uit Friedrichshafen, met behulp van Russische arbeiders.

Nederland, februari 1942
In Nederland worden door de gewestelijke arbeidsbureau's mannen opgeroepen ten behoeve van uitzending naar Duitsland. De algehele leiding van de arbeidsbureau's is in handen van Duitsers. In februari 1942 worden 30.000 mannen goedgekeurd voor uitzending naar Duitsland. Vijf procent weigert. Daarop volgt een Dienstverplichting. Slechts driehonderd mannen duiken onder. De overigen zien daar geen kans voor of vinden onderduiken te riskant.
In Rusland, Polen en andere landen in oost-Europa wordt een massa-arbeidsinzet georganiseerd en is sprake van deportaties.

Nederland, januari 1943
Als blijkt dat naar de zin van de bezetter te weinig mannen te werk worden gesteld wordt besloten om de Bevolkingsregisters te verplichten aan het Departement van Sociale Zaken alle gegevens te verstrekken van mannen die zijn geboren tussen 1915 (het geboortejaar van mijn vader) en 1920. Namen van meer dan 300.000 mannen worden doorgegeven. In mei 1943 wordt mijn vader opgeroepen om met de trein naar Duisland te vertrekken.

Alkmaar, donderdag 27 mei 1943
Om 16.45 uur vertrek met de trein van het station Alkmaar. Mijn vader is op deze datum de enige uit zijn woonplaats Hoorn die naar Duitsland vertrekt, omdat de tewerkstelling als gevolg van een blindedarmoperatie uitgesteld is. Daarom kent hij andere lotgenoten niet. Jaap Dol uit Leeuwarden, met wie mijn vader zo later zou blijken, gaat samenwerken, zit ook in de coupé. De arbeidsovereenkomst met het arbeidsbureau in Hoorn is gedateerd op 28 mei 1943. In feite is het geen overeenkomst maar een: 'toewijzing buitenlandsche arbeidskrachten in loondienst', waarbij van een vrije wil geen sprake is.



Uit de verwijsbrief blijkt dat de tewerkstelling zal plaatsvinden bij L.A.A.Würtemberg-Zielst te Bietigheim, een stad in de buurt van Stuttgart. Waarschijnlijk kan mijn vader zich daarbij nog weinig voorstellen. De duur van de arbeidsovereenkomst is voor onbepaalde tijd. Dat zal de onzekerheid ook hebben vergroot.

Kaldenkirchen, waarschijnlijk ook op donderdag 27 mei 1943
Via Utrecht en Venlo gaat de reis naar Kaldenkirchen, een klein station net over de grens in Duitsland.




Station Kaldenkirchen in 1998

Daar moet hij overstappen op een lange trein die gereed staat. Namen worden afgeroepen. Veel medereizigers zijn afkomstig uit Rotterdam en omgeving. In een dag rijdt de trein via Keulen en Stuttgart naar Bietigheim.

Bietigheim, vrijdag 28 mei 1943
In Bietigheim worden alle buitenlandse arbeiders in een 'Durchgangslager' opgevangen. Mijn vader verblijft er twee nachten. Het eten en de omstandigheden zijn heel slecht. In Bietigheim wordt de bestemming gewijzigd in Friedrichshafen, een plaats die 100 kilometer zuidelijker ligt, aan het Bodenmeer.

Friedrichshafen, zondag 30 mei 1943
De Nederlanders komen, met een minimum aan persoonlijke bezitingen in Friedrichshafen aan. De tewerkstelling vindt plaats daar waar de arbeidskrachten nodig zijn. Samen met arbeiders van andere nationaliteiten wordt een groep van 145 mensen (waarvan 15 vrouwen en 3 echtparen), onder wie mijn vader, te werk gesteld bij 'Maybach-Motorenbau'.
De stad ziet er grauw uit, maar 'toch is wel te zien dat het er vrolijk geweest moet zijn'. Slechts een aantal winkels met surrogaatartikelen is open. Aan de overkant van het Bodenmeer is het neutrale Zwitserland goed te zien. Direct bij aankomst denken velen daarom aan een vluchtpoging naar dat land, waar geen oorlog is. Maar het water dat van de gletschers in de hoge Alpen komt blijkt ijskoud te zijn, de afstand is groot en de bewaking intensief. Bij een vluchtpoging wordt er gericht geschoten en bij het oppakken leidt de vlucht in ieder geval tot overplaatsing naar een straf- of concentratiekamp.

De motorenfabriek Maybach
De grote motorenfabriek Maybach is gelegen in de stad, niet ver van het station. Algemeen directeur van de Maybachfabriek is Karl Rommel; directeur verkoop is Jean Raebel. In de fabriek, waar voor de oorlog grote motoren voor schepen, treinen, zeppelins en tanks, maar ook dure auto's werden gebouwd, wordt de produktie sinds 1942 geheel gericht op motoren voor pantservoertuigen.

De productie van auto's ligt sinds 1939 stil. In juli 1942 werken 679 buitenlandse arbeidskrachten in de Maybachfabriek. Bovendien werken er 102 krijgsgevangenen. Totaal werken er in de fabriek 6.528 arbeiders. Het totale aantal buitenlanders (inclusief de tijdelijke krachten) dat bij Maybach van september 1939 tot april 1945 heeft gewerkt bedraagt 4.819.

In de fabriek wordt mijn vader assistent-bankwerker op afdeling 32. Het werk bestaat uit het boren van cilinderkoppen onder meer voor de Hochleistungsmotor HL 230'. Deze motor wordt geplaatst in de Tiger en Panther-tanks. De koppen zijn 80 kg zwaar. De werktijd bedraagt 12 uur per etmaal. Een dagdienst van s-morgens 6 uur tot s-avonds 6 uur en een nachtdienst.


's-Nachts werken is het ergste', vindt mijn vader. In het begin zijn de werkweken 7 dagen lang. Pas later wordt de zondag een vrije dag.
Rond april 1943 wordt een solidariteitsverlofregeling opgesteld door Maybach. Iedere maand mogen een paar arbeiders met verlof. Als ze aan de beurt zijn moet een handtekening overgelegd worden van een andere Nederlander die een maand later met verlof wil gaan. Komt de arbeider niet terug dan mag die ander niet met verlof. Vanaf midden 1943 wordt de regeling als gevolg van een groot tekort aan arbeidskrachten weer ingetrokken.

Lager Seeblick, een beschrijving
Een groot aantal buitenlandse arbeiders wordt gehuisvest in het eind 1942 naast de fabriek gebouwde Gemeinschaftslager Seeblick II'. Dit 'Lager' bestaat uit ruim twintig houten gebouwen en is bestemd voor de arbeiders van de Maybachfabriek. Het maakt onderdeel uit van een complex van 64 barakken aan de Hochstrasse. Het noordelijk deel is bestemd voor de arbeiders in de fabrieken van Dornier (Lager Wolga III) en de Luftschiffbau ('Lager Don', met een 'KZ-Aussen'lager'). Per kamer worden 10 tot 12 personen gehuisvest. In het 'Lager' zijn arbeiders van verschillende nationaliteiten ondergebracht, Hollanders, Belgen en Fransen.
Mijn vader wordt ondergebracht in Seeblick II, barak nummer 23, Kamer 5. Er bestaan slechts een paar foto's van Seeblick. Een van de Nederlandse arbeiders smokkelt een fotocamera mee en maakt daarmee in 1942 en 1943 verschillende opnamen.



foto: Lager Seeblick tijdens de tweede wereld oorlog. Op de achtergrond de Zeppelinhal, beschadigd tijdens het bombardement op 7 oktober 1943

De camera wordt op een gegeven ogenblik afgepakt, maar de inmiddels ontwikkelde negatieven en afgedrukte foto's blijken gered te zijn. Dezelfde Nederlandse arbeider maakt later op basis van zijn herinneringen een plattegrond. Daaruit blijkt dat ook een kantoor, een wasruimte met W.C.'s, een woning voor de 'Lagerführer', een keuken en een kantine op het terrein zijn gebouwd. De wasruimte heeft alleen koud water. Een warme douche is wel in de fabriek beschikbaar. In de barakken zijn de bedden van stro. Door een hek afgescheiden is een geïsoleerde tyfusbarak.

Het middelpunt van het 'Lager' is de keuken, geleid door een Duitse kokkin, geholpen door Russische keukenmeisjes. Het eten uit de gaarkeuken is slecht en ook karig vooral omdat, zo blijkt later, de arbeiders bestolen worden door de 'Lagerführer Kleinknecht'. Daarvoor wordt deze overigens op het matje geroepen. Voor alle firma's zijn de wettelijke voorschriften voor de voedselvoorziening gelijk. De leiding van het 'Lager' koopt het voedsel in en legt samen met de kokkin een maaltijdplan vast. De maaltijden zijn meestal eenpansgerechten. Voor de 'Ostarbeiter' en de 'Westarbeiter' wordt apart gekookt.

Het onderbrengen van zo veel arbeiders in barakken leidt snel tot hygiënische problemen. De riolering van dit grote barakkenkamp funktioneert al snel niet meer. Uitwerpselen en urine drijven in open gootjes, ziekten breken uit. Niemand blijft gespaard van ongedierte. Zeep is er niet. Ontluizingsakties hebben geen resultaat. In 1943 breekt een tyfusepidemie uit. Veel barakbewoners sterven na een verblijf in de ge‹soleerde barak aan paratyfus. Het eten wordt minder en slechter. In 1944 wordt TBC geconstateerd. Als nieuwe arbeiders aankomen ontstaan er nieuwe ziekten. In mei 1944 komen 3 transporten met Russen die vlektyfus hebben aan, voordat de autoriteiten daarvan op de hoogte zijn.

In het 'lager' wordt begonnen met het maken van schuilkelders. Daarvoor worden diepe geulen gegraven, maar verder komen de plannen niet.

Bewegingsvrijheid
Langzamerhand beginnen de mannen te wennen aan het leven in het 'Lager' en bezoeken zij ook de stad en vooral de bioscopen Het salaris stelt ze in staat regelmatig een film te gaan kijken. Op zondagavond gaan ze meestal naar de bioscoop. De bewegingsvrijheid is in het begin voor de 'Ostarbeiter' beperkt tot het 'Lager', terwijl de arbeiders uit de westelijke landen zich binnen de grenzen van de 'Stadtkreiss' vrij mogen bewegen. Vanaf maart 1943 mogen 'Ostarbeiter' onder begeleiding in kleine groepjes de stad bezoeken.

Friedrichshafen, maandag 21 juni 1943
Er vallen in de eerste jaren van de oorlog niet veel bommen in Friedrichshafen. De stad ligt te ver weg voor de vliegtuigen die in Engeland moeten opstijgen. Van de bommen die vallen zijn er veel missers. Meestal wordt maar een klein deel van de fabriek geraakt. De 'lagerleiding' stelt, als later de bombardementen heviger worden, de 'Lagers' open, zodat ook de 'Ostarbeiter' kunnen vluchten. In de nacht van zondag op maandag 21 juni 1943 vallen tussen 02.00 uur en 03.30 uur de eerste bommen op de Maybach- en de Zeppelin fabriek. De eerste doden vallen. In een verslag schrijft een Nederlander: Ik ren weg in de richting van het Russen-kamp, ren daarna dwars over landerijen en zie een klein huisje. Daar lig ik tegen aan tijdens de luchtaanval. Later blijkt het een opslagplaats te zijn voor granaten voor het luchtdoelgeschut.' De mensen in de stad voelen zich nog redelijk veilig. De bommen vallen alleen op de fabrieken.

Friedrichshafen, woensdag 28 juli 1943
Af en toe worden onspanningsavonden georganiseerd. Bovendien draaien er in de bioscoop films. Maar verder is er niet veel vertier in de stad. Mijn vader en zijn collega's stoppen zo nu en dan een muntje in een van de weegschalen die in de stad staan. Er komt dan een kartonnen kaartje uit waarop je gewicht en de datum vermeld staan. Op deze dag wijst de wijzer op het kaartje van mijn vader 65 kilo aan.

Ondanks het beperkte vertier spreken andere bronnen van geregelde, meestal klassieke, concerten in de machinehallen van de fabrieken. Er treden bekende orkesten en musici op.

Friedrichshafen, zaterdag 21 augustus 1943
Om 19.00 uur begint in de 'Saalbau' in Friedrichshafen een amusementsavond. De in Duitsland bekende cabaretier 'Will Glahe' treedt op. De avond wordt georganiseerd door 'Die Deutsche Arbeitsfront NSG Kraft durch Freude'.

Friedrichshafen, woensdag 1 september 1943
In een brief schrijft mijn vader: 'Het is geen pretje hier te zitten, het is zo ongezellig he, niks geen huiselijkheid. Maar ik pas mij goed aan en sla mij er buiten verwachting goed door.
We moeten lange dagen maken van s-morgens half zeven tot s-avonds half zeven en zondags soms tot 5 uur, soms tot 12 uur. Maar dat vind ik het ergste, zondags werken. Ik ben trouwens het liefst aan het werk want dan heb je wat afleiding. Maar ik heb weinig vrije tijd, 's-avonds ben ik ook erg moe. Ik heb in deze drie maanden al meer meegemaakt dan in mijn hele leven.'

Friedrichshafen, donderdag 30 september 1943
Er vindt bij de directie van Maybach een bespreking plaats over de in het 'Lager' uitgebroken tyfus. Gesproken wordt over de maatregelen die genomen moeten worden om te voorkomen dat de ziekte zich verder verspreidt. Aan een grootscheepse inenting is niet meer te ontkomen, zo wordt geconstateerd. De bedrijfsarts van LZ (Luftschiffbau Zeppelin) en Maybach kan inenting van 10.000 arbeiders niet aan. Huisartsen en militaire artsen worden ingeschakeld en ook studenten medicijnen helpen bij het inenten. Maar dat is niet het enige probleem. Er lijkt eerst onvoldoende entstof beschikbaar te zijn. Met spoed wordt daarom vanuit Berlijn entstof overgebracht, maar achteraf blijkt dat niet nodig te zijn omdat er toch voldoende is.

Friedrichshafen, donderdag 7 oktober en vrijdag 8 oktober 1943
In de nacht van donderdag op vrijdag wordt er tussen 23.45 uur en 01.30 uur door de Engelse luchtmacht een luchtaanval uitgevoerd. Ditmaal wordt de Zeppelinhal geraakt 'met een lawaai alsof de wereld vergaat', aldus een van de Hollanders. Er komen 18 mensen om. Bij bombardementen is een plekje achter een zerk op het naastgelegen kerkhof vaak een schuilplaats. De kwetsbaarheid is zo groot dat sommigen een Hollandse kaas, die door familie naar Friedrichshafen is gezonden, boven het hoofd houden. Het geeft in ieder geval het gevoel beter beschermd te zijn.

Friedrichshafen, zondag 24 oktober 1943
Op deze vrije zondag lopen mijn vader en zijn collega's door de stad. Ze gaan weer op de weegschaal staan. Mijn vader ziet op het grijze kartonnen kaartje dat hij 66 kilo weegt. Het is de vraag of het wegen als leuke ontspanning wordt gezien. Misschien is het toch de zorg voor de gezondheid als gevolg van de slechte omstandigheden.

Friedrichshafen, dinsdag 21 december 1943
Na een half jaar verblijf in 'Lager Seeblick' vindt in de nieuwe kantine de eerste bonte avond plaats onder het motto voor en door Nederlanders'. Die ontspanning is hard nodig. In de Nederlandse krant 'Het Volk' wordt er verslag van gedaan. Het artikel is nogal propagandistisch geschreven. Zo wordt gemeld dat de 'Lagerführer' in zijn rede aan het begin van de avond wijst op de goede verstandhouding tussen hem en de Nederlanders. De verhalen van de arbeiders geven echter een geheel ander beeld.
De avond begint met een extra maaltijd, die een feestelijk tintje krijgt door de aanwezigheid van grote voorraden appelen, koek, bier en sigaretten. Het 'Lagerorkest' geeft onder het eten enkele nummers ten beste. G.Razenberg speelt op zijn accordion en Piet de Leyser (tot zijn gedwongen vertrek naar Duitsland portier bij een bioscoop in Den Haag) is conferencier. Wessel Spoelder boeit met zijn goocheltoeren, een Hawaiian ensemble treedt op en er wordt een schets gespeeld onder de titel Met verlof'.

Friedrichshafen, vrijdag 31 december 1943
De bonte avond van anderhalve week geleden is zo goed bevallen, dat ook op deze oudejaarsavond weer een feest wordt georganiseerd. Deze keer is het motto Wij geven de moed niet op'. De 'Lagerführer' en het keukenpersoneel zijn aanwezig. De 'Lagerführer' spreekt een openingswoord en wenst iedereen een gelukkig nieuwjaar en een spoedige terugkeer naar Nederland. Conferencier is weer Piet de Leyser. Het 'lagerorkest' en het mondharmonicaclubje brengen direct de stemming er in. Daarna wordt de goochelaar Wessel Spoelder (blijkens een krantenartikel) met donderend applaus ontvangen. Hij komt weer met een serie nieuwe toeren, even verbluffend als de vorige maal. Daarbij worden de Duitse hoge pieten die vooraan zitten voor de gek gehouden. Uit de binnenzak van een van hen tovert hij zelfs een b-h. Bij de voorbereidingen voor zijn optreden wordt deze bij een van de Russische keukenmeisjes te leen gevraagd. H. van Welzen zingt daarna, met begeleiding van G. Razenberg enkele liederen. Ook worden toneelstukjes gespeeld en treedt er een buikspreker op.
Onder groot enthousiasme wordt door 'lagerverbindingsman', B. van den Berg bekend gemaakt dat er een sportclub, een dam-, toneel-, cabaret- en zangclub en een orkest zijn opgericht. Velen geven zich op voor een van deze clubs.
Aan het eind van de avond wordt een minuut stilte in acht genomen voor de gestorven kameraden, voor hen die in krijgsgevangenschap zijn en voor familieleden in Nederland en Duitsland. Daarna wordt nog gezongen Waar de blanke top der duinen', aldus het krantenartikel.
Mijn vader kan zich in 1996 niet herinneren dat de minuut stilte en het zingen van zo'n lied heeft plaatsgevonden. Hij acht het ook niet erg waarschijnlijk en wijst er op dat het artikel veel propaganda bevat.

Friedrichshafen, eind 1943
Er zijn ongeveer 750 luchtafweer manschappen in Friedrichshafen ingezet om de bombardementen zoveel mogelijk te voorkomen.

Ga naar hoofdstuk 5 of retour naar de inhoudsopgave.