4. Reconstructie van een verslag over de jaren 1942 en 1943.

Friedrichshafen, april 1942

Over Friedrichshafen verspreid worden 12 barakkencomplexen voor het onderbrengen van duizenden nieuwe arbeiders uit de bezette landen gebouwd. Eind 1942, begin 1943 ontstaat aan de Hochstrasse, op een terrein naast het fabriekscomplex van Maybach, een groot 'Lager' met 64 houten barakken. (21) Het zuidelijke deel daarvan heet 'Lager Seeblick'. Andere delen van dit complex zijn 'Lager Don' en 'Lager Wolga III'. De barakken worden gebouwd door bouwbedrijf Rostan uit Friedrichshafen, met behulp van Russische arbeiders. (22)

Plattegrond Lager Seeblick

Plattegrond van Lager Seeblick uit het geheugen getekend door A. v.d. Gaag.


Nederland, februari 1942
In Nederland worden door de Gewestelijke Arbeidsbureau's mannen opgeroepen ten behoeve van uitzending naar Duitsland. De algehele leiding van de arbeidsbureau's is in handen van Duitsers. In februari 1942 worden 30.000 mannen goedgekeurd voor uitzending naar Duitsland. Vijf procent van de opgeroepen mannen weigert. Maar voor hen volgt een 'dienstverplichting'. Slechts driehonderd mannen duiken onder. De overigen zien daar geen kans voor of vinden onderduiken te riskant. (23)
In Rusland, Polen en andere landen in Oost-Europa wordt een massa-arbeidsinzet georganiseerd en is er zelfs sprake van deportaties. (24)

Foto: Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.

Vertrek van een van de vele treinen met arbeiders naar Duitsland.


Nederland, januari 1943
Als blijkt dat naar de zin van de bezetter te weinig mannen te werk worden gesteld wordt besloten om de Bevolkingsregisters te verplichten aan het Departement van Sociale Zaken alle gegevens te verstrekken van mannen die zijn geboren tussen 1915 (het geboortejaar van mijn vader) en 1920. Namen van meer dan 300.000 mannen worden doorgegeven. In mei 1943 wordt mijn vader opgeroepen om met de trein naar Duitsland te vertrekken.

Alkmaar, donderdag 27 mei 1943
Om 16.45 uur vertrekt mijn vader met de trein van station Alkmaar naar Duitsland. Hij is op deze datum de enige uit zijn woonplaats Hoorn, omdat voor hem de tewerkstelling als gevolg van een blindedarmoperatie uitgesteld is. Daarom kent hij andere lotgenoten niet. In de trein maakt hij kennis met Jaap Dol uit Leeuwarden, die ook opgeroepen is voor de arbeidsinzet. Met hem, zo blijkt later, zal hij gaan samenwerken. De arbeidsovereenkomst met het arbeidsbureau in Hoorn is gedateerd op 28 mei 1943. In feite is het geen overeenkomst maar een: 'toewijzing buitenlandsche arbeidskrachten in loondienst', waarbij van een vrije wil geen sprake is.



Uit de verwijsbrief blijkt dat de tewerkstelling zal plaatsvinden bij L.A.A.Würtemberg-Zielst te Bietigheim, een stad in de buurt van Stuttgart. Waarschijnlijk kan mijn vader zich daarbij nog weinig voorstellen. De duur van de arbeidsovereenkomst is voor onbepaalde tijd. Dat zal de onzekerheid ook hebben vergroot.

Kaldenkirchen, waarschijnlijk ook op donderdag 27 mei 1943
Via Utrecht en Venlo gaat de reis naar Kaldenkirchen, een klein station net over de grens in Duitsland.


Foto: Station Kaldenkirchen


Station Kaldenkirchen in 1998

Daar moet hij overstappen op een lange trein die gereed staat. Namen worden afgeroepen. Veel medereizigers zijn afkomstig uit Rotterdam en omgeving. In één dag rijdt de trein via Keulen en Stuttgart naar Bietigheim. (25)

Bietigheim, vrijdag 28 mei 1943 (26)
Er vinden in Europa massale deportaties plaats. De dwangarbeiders worden eerst door de wervingscommissie van het 'Ministerie van Arbeid' geregistreerd in een opvangkamp. Daar worden zij ontluisd en wordt het verdere transport voorbereid. Voor deze transporten wordt meestal de trein ingezet. Mijn vader wordt in Bietigheim (Zuid Duitsland) in een 'Durchgangslager', zo'n 200 meter van het station, opgevangen.
Het doorgangskamp is in 1941 gebouwd om duizenden dwangarbeiders tijdelijk onder te brengen om daarna verder getransporteerd te worden naar een definitieve arbeidsplek. Het is het belangrijkste 'verdelingskamp' voor dwangarbeiders in Zuid-Duitsland. Voor deze plek in Bietigheim werd destijds gekozen omdat in de nabijheid een spoorwegknooppunt aanwezig was. Ook was er geschikt onbebouwd land aanwezig in de onmiddellijke nabijheid van het station. Bovendien speelde mee dat burgemeester Holzwarth van Bietigheim mee wilde werken aan de realisering van het doorgangskamp.
Het 'Bietigheimer Durchgangslager' was voor maximaal 1.200 personen aangelegd, maar geregeld worden er veel meer dwangarbeiders opgesloten, tot 3.700 personen op een gegeven moment. Het terrein met 32 barakken heeft in 1941 een oppervlakte van 3,6 hectare. Het wordt later met ongeveer een derde vergroot tot 4,7 hectare met 50 barakken aan het eind van de oorlog. De uitbreiding is nodig om extra gebouwen te kunnen plaatsen, zoals onderkomens, een ziekenbarak en een barak voor bagage. De uitbreiding van het kamp stuit overigens op grote bezwaren van omwonenden.
Veel herinnert mijn vader zich niet meer van het kamp, maar hij weet nog wel dat het eten en de omstandigheden heel slecht waren.(28)
Uit documentatie blijkt dat, hoewel het geen concentratiekamp is, de dwangarbeiders slecht en mensonterend worden behandeld, ondanks het feit dat de Duitsers goede arbeidsprestaties van hen eisen. De verzorging en de sanitaire voorzieningen worden als catastrofaal omschreven. (29) In de ziekenbarakken komen tijdens de oorlog 198 mensen om.(27) In overgangskampen, zoals in Bietigheim, vindt voor een tweede keer ontluizing plaats en wordt de eindbestemming bepaald, afhankelijk van waar arbeidskrachten nodig zijn.
Mijn vader verblijft er twee nachten en hoort dat zijn eindbestemming Friedrichshafen wordt, een stad die 100 kilometer zuidelijker ligt, aan het Bodenmeer en de Zwitserse grens. (26)

Durchgangslager Bietigheim.

Een kaart uit 2013, waarop de locatie van het doorgangskamp in 1943 is weergegeven.




De ingang van het Durchgangslager Bietigheim.

De ingang van het Durchgangslager Bietigheim.


Friedrichshafen, zondag 30 mei 1943 (30)
De Nederlanders komen met een minimum aan persoonlijke bezittingen (31) in Friedrichshafen aan. De tewerkstelling vindt plaats daar waar de arbeidskrachten nodig zijn. Samen met arbeiders van andere nationaliteiten wordt een groep van 145 mensen (waaronder 15 vrouwen en 3 echtparen) (32), onder wie mijn vader, te werk gesteld bij 'Maybach-Motorenbau'.
De stad ziet er grauw uit, maar 'toch is wel te zien dat het er vrolijk geweest moet zijn'. Slechts een aantal winkels met surrogaatartikelen is open. Aan de overkant van het Bodenmeer is het neutrale Zwitserland (33) goed te zien. Direct bij aankomst denken velen daarom aan een vluchtpoging naar dat land, waar geen oorlog is. Maar het water dat van de gletschers in de hoge Alpen komt blijkt ijskoud te zijn, de afstand is groot en de bewaking intensief (34) . Bij een vluchtpoging wordt er gericht geschoten en bij het oppakken leidt de vlucht in ieder geval tot overplaatsing naar een straf- of concentratiekamp.

Maybachfabrieken rond 1935

De Maybachfabrieken rond 1935.
Aan het begin van de oorlog waren de gebouwen ongewijzigd.
De twee woonblokken in het midden van de foto werden in 1919 gebouwd.


De motorenfabriek Maybach
De grote motorenfabriek Maybach is gelegen in de stad, niet ver van het station. Algemeen directeur van de Maybachfabriek is Karl Rommel; directeur verkoop is Jean Raebel.(35) In de fabriek werden voor de oorlog grote motoren voor schepen, treinen, zeppelins en tanks gebouwd. Maar ook peperdure auto's kwamen uit de fabriek, zoals de auto van prins Bernhard, de Maybach Zeppelin die toen circa 20.000,- gulden kostte. Nu, in 2014 zou de auto 183.000,- euro gekost hebben. Het was een huwelijkscadeautje van koningin Wilhelmina. De Maybach van Bernhard verdween in de oorlog spoorloos. (118)


De vervaardiging van luxe auto's ligt sinds 1939 stil en in 1942 wordt de produktie geheel gericht op motoren voor pantservoertuigen.(36) In juli 1942 werken 679 dwangarbeiders en 102 krijgsgevangenen in de Maybachfabriek. (37) Totaal werken er in de fabriek 6.528 arbeiders. Het totale aantal buitenlanders dat bij Maybach van september 1939 tot april 1945 heeft gewerkt bedraagt 4.819. (38)


De montage van motoren bij Maybach.

De montage van motoren bij Maybach.


In de fabriek wordt mijn vader assistent-bankwerker op afdeling 32. In 1996 bezoek ik met mijn vader de fabriek. Als wij over het uitgestrekte fabriekscomplex lopen wijst hij direct het gebouw aan waar hij in de oorlog werkte. Ik vraag mij af of hij gelijk heeft, want er zijn veel gebouwen die op elkaar lijken. Maar als wij naar binnen gaan blijkt dat het inderdaad afdeling 32 is. De fabriekshal is nauwelijks veranderd en zelfs het afdelingsnummer 32 staat, na ruim 50 jaar, met grote letters nog steeds op de muur vermeld.

Afdeling 32 in 1996.

De fabriekshal in 1996.


Het werk bestaat uit het boren van cilinderkoppen onder meer voor de Hochleistungsmotor HL 230. Deze motor wordt geplaatst in de zware Duitse Tiger en Panther-tanks. De koppen wegen 80 kilo. (39) De werktijd bedraagt 12 uur per etmaal. Een dagdienst van 's morgens 6 uur tot 's avonds 6 uur of een nachtdienst. (40)


's Nachts werken is het ergste', vindt mijn vader. In het begin moest elke dag, ook op zondag, gewerkt worden. Pas later wordt de zondag een vrije dag.
Rond april 1943 wordt een solidariteitsverlofregeling opgesteld door Maybach. Iedere maand mogen een paar arbeiders met verlof. Als ze aan de beurt zijn moet een handtekening overgelegd worden van een andere Nederlander die een maand later met verlof wil gaan. Komt de arbeider niet terug dan mag die ander niet met verlof. Vanaf midden 1943 wordt de regeling als gevolg van een groot tekort aan arbeidskrachten weer ingetrokken. Daardoor kan mijn vader er geen gebruik meer van maken en blijft hij in Duitsland. (41)

Lager Seeblick, een beschrijving
Een groot aantal buitenlandse arbeiders wordt gehuisvest in het eind 1942 naast de fabriek gebouwde 'Gemeinschaftslager Seeblick II'. Dit 'Lager' bestaat uit ruim twintig houten gebouwen en is bestemd voor de arbeiders van de Maybachfabriek. Het maakt onderdeel uit van een complex van 64 barakken aan de Hochstrasse. Het noordelijk deel is bestemd voor de arbeiders in de fabrieken van Dornier (Lager Wolga III) en de Luftschiffbau ('Lager Don', met een 'KZ-Aussen'lager'). (42) Per kamer worden 10 tot 12 personen gehuisvest. (43) In het 'Lager' zijn arbeiders van verschillende nationaliteiten ondergebracht, Hollanders, Belgen en Fransen.
Mijn vader wordt ondergebracht in Seeblick II, barak nummer 23, Kamer 5. (44) Er bestaan slechts een paar foto's van Seeblick. Een van de Nederlandse arbeiders smokkelt een fotocamera mee en maakt daarmee in 1942 en 1943 verschillende opnamen.



Lager Seeblick tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Op de achtergrond de Zeppelinhal, beschadigd tijdens het bombardement op 7 oktober 1943

De camera wordt op een gegeven ogenblik afgepakt, maar de inmiddels ontwikkelde negatieven en afgedrukte foto's blijken gered te zijn. (45) Dezelfde Nederlandse arbeider maakt later op basis van zijn herinneringen een plattegrond. Daaruit blijkt dat ook een kantoor, een wasruimte met W.C.'s, een woning voor de 'Lagerführer', een keuken en een kantine op het terrein zijn gebouwd. De wasruimte heeft alleen koud water. Een warme douche is wel in de fabriek beschikbaar. In de barakken zijn de bedden van stro. Door een hek afgescheiden is een geïsoleerde tyfusbarak.

Het middelpunt van het 'Lager' is de keuken, geleid door een Duitse kokkin, geholpen door Russische keukenmeisjes. (46) Het eten uit de gaarkeuken is slecht en ook karig (47) vooral omdat, zo blijkt later, de arbeiders bestolen worden door de 'Lagerführer Kleinknecht'. Daarvoor wordt deze overigens op het matje geroepen. Voor alle firma's zijn de wettelijke voorschriften voor de voedselvoorziening gelijk. De leiding van het 'Lager' koopt het voedsel in en stelt samen met de kokkin een maaltijdplan op. De maaltijden zijn meestal eenpansgerechten. Voor de 'Ostarbeiter' en de 'Westarbeiter' wordt apart gekookt. (48)

Het onderbrengen van zo veel arbeiders in barakken leidt tot hygiënische problemen. (49) De riolering van dit grote barakkenkamp funktioneert al snel niet meer, waardoor uitwerpselen in open gootjes drijven en ziekten uitbreken. Niemand blijft gespaard van ongedierte, onder andere omdat er geen zeep is. (50) Ontluizingsmaatregelen hebben geen resultaat. In 1943 breekt een tyfusepidemie uit. (51) Veel barakbewoners sterven na een verblijf in de geïsoleerde barak aan paratyfus. Het eten wordt steeds minder en slechter. (52) In 1944 wordt ook TBC geconstateerd. (53) Als nieuwe arbeiders aankomen ontstaan er weer nieuwe ziekten. Zo komen er in mei 1944 drie transporten met Russen aan die vlektyfus hebben, voordat de autoriteiten daarvan op de hoogte zijn.

In het 'lager' wordt begonnen met het maken van schuilkelders. Daarvoor worden diepe geulen gegraven, maar verder komen de plannen niet. (54)

De Zeppelinhal

De Zeppelinhal, gezien vanuit Lager Seeblick (foto gemaakt tijdens de te werkstelling door A. van der Gaag
met een uit Nederland meegesmokkelde camera)

Bewegingsvrijheid
Langzamerhand beginnen de mannen te wennen aan het leven in het 'Lager' en bezoeken zij ook de stad en vooral de bioscopen. (55) Het salaris stelt ze in staat regelmatig een film te gaan kijken. Op zondagavond gaan ze meestal naar de bioscoop. De bewegingsvrijheid is in het begin voor de 'Ostarbeiter' beperkt tot het 'Lager', terwijl de arbeiders uit de westelijke landen zich binnen de grenzen van de 'Stadtkreiss' vrij mogen bewegen. Vanaf maart 1943 mogen 'Ostarbeiter' onder begeleiding in kleine groepjes de stad bezoeken. (56)

Montagehal=

De nieuwe montagehal voor pantsermotoren, gezien vanuit barak XXVI, kamer 4.
(foto gemaakt door A. van der Gaag tijdens zijn verblijf met een uit Nederland meegesmokkelde camera)

Friedrichshafen, maandag 21 juni 1943
Er vallen in de eerste jaren van de oorlog niet veel bommen in Friedrichshafen. De stad ligt te ver weg voor de vliegtuigen die in Engeland moeten opstijgen. Van de bommen die vallen zijn er veel missers. Meestal wordt maar een klein deel van de fabriek geraakt. (57) De 'lagerleiding' stelt, als later de bombardementen heviger worden, de 'Lagers' open, zodat ook de 'Ostarbeiter' kunnen vluchten. (58) In de nacht van zondag op maandag 21 juni 1943 vallen tussen 02.00 uur en 03.30 uur de eerste bommen op de Maybach- en de Zeppelin fabriek. De eerste doden vallen. In een verslag schrijft een Nederlander: Ik ren weg in de richting van het Russen-kamp, ren daarna dwars over landerijen en zie een klein huisje. Daar lig ik tegenaan tijdens de luchtaanval. Later blijkt het een opslagplaats te zijn voor granaten voor het luchtdoelgeschut.' (59) De mensen in de stad voelen zich nog redelijk veilig. De bommen vallen alleen op de fabrieken.

Friedrichshafen, woensdag 28 juli 1943
Af en toe worden onspanningsavonden georganiseerd. Bovendien draaien er in de bioscoop films. Verder is er niet veel vertier in de stad. Mijn vader en zijn collega's stoppen zo nu en dan een muntje in een van de weegschalen die in de stad staan. Er komt dan een kartonnen kaartje uit waarop je gewicht en de datum vermeld staan. Op deze dag wijst de wijzer op het kaartje van mijn vader 65 kilo aan.

Ondanks het beperkte vertier spreken andere bronnen van geregelde, meestal klassieke, concerten in de machinehallen van de fabrieken. Er treden bekende orkesten en musici op. (60)

Friedrichshafen, zaterdag 21 augustus 1943
Om 19.00 uur begint in de 'Saalbau' in Friedrichshafen een amusementsavond. De in Duitsland bekende accordionist en orkestleider Will Glahe treedt op.

De beroemde accordionist en orkestleider Will Glahe

Will Glahe (117)
.

De avond wordt georganiseerd door 'Die Deutsche Arbeitsfront NSG Kraft durch Freude'. (61)

Friedrichshafen, woensdag 1 september 1943
In een brief schrijft mijn vader: 'Het is geen pretje hier te zitten, het is zo ongezellig hè, niks geen huiselijkheid. Maar ik pas mij goed aan en sla mij er buiten verwachting goed door.
We moeten lange dagen maken van 's morgens half zeven tot 's avonds half zeven en zondags tot 5 uur of soms tot 12 uur. Maar dat vind ik het ergste, zondags werken. Ik ben trouwens het liefst aan het werk want dan heb je wat afleiding. Maar ik heb weinig vrije tijd, 's Avonds ben ik ook erg moe. Ik heb in deze drie maanden al meer meegemaakt dan in mijn hele leven.'


Friedrichshafen, donderdag 30 september 1943
Er vindt bij de directie van Maybach een bespreking plaats over de in het 'Lager' uitgebroken tyfus. Gesproken wordt over de maatregelen die genomen moeten worden om te voorkomen dat de ziekte zich verder verspreidt. Aan een grootscheepse inenting is niet meer te ontkomen, zo wordt geconstateerd. De bedrijfsarts van LZ (Luftschiffbau Zeppelin) en Maybach kan de inenting van 10.000 arbeiders niet aan. Er worden huisartsen en militaire artsen ingeschakeld en ook studenten medicijnen helpen bij het inenten. (62) Maar dat is niet het enige probleem. Er lijkt eerst onvoldoende entstof beschikbaar te zijn. Met spoed wordt daarom vanuit Berlijn entstof overgebracht, maar achteraf blijkt dat niet nodig te zijn omdat er toch voldoende is.

Friedrichshafen, donderdag 7 oktober en vrijdag 8 oktober 1943
In de nacht van donderdag op vrijdag wordt er tussen 23.45 uur en 01.30 uur door de Engelse luchtmacht een luchtaanval uitgevoerd. (63) Ditmaal wordt de Zeppelinhal geraakt 'met een lawaai alsof de wereld vergaat', aldus één van de Hollanders. (64) Er komen 18 mensen om. Bij de bombardementen is een plekje achter een zerk op het naastgelegen kerkhof vaak een schuilplaats. Het gebeurde zelfs een keer dat een Nederlandse dwangarbeider zich probeerde te beschermen door een Hollandse kaas, die door familie naar Friedrichshafen was gestuurd, boven zijn hoofd te houden. (65)

Friedrichshafen, zondag 24 oktober 1943
Op deze vrije zondag lopen mijn vader en zijn collega's door de stad. Ze gaan weer op de weegschaal staan. Mijn vader ziet op het grijze kartonnen kaartje dat hij 66 kilo weegt. Het is de vraag of het wegen als leuke ontspanning wordt gezien of dat het de zorg voor de gezondheid is als gevolg van de slechte omstandigheden.

Friedrichshafen, november 1943
In barak 'Seeblick' bedenken de bewoners een Duitstalig lied. De tekst (taalfouten zijn niet verbeterd) luidt:

Wenn Gott in Seinen Zorn will strafen,
Den schikt Er uns nach Friedrichshafen,
Wenn Er will strafen mit besonderer stärke,
Den schikt Er uns in die Maybach Werke,
Und folgt die strafe nicht genau,
Dan komst Du in den Luftschiffsbau,
Erfolgt die Strafe aber überaus schnell,
Dan komst Du zu Dornier, nach Manzell.


Of de behandeling in de genoemde fabrieken inderdaad in die volgorde slechter was is niet bekend.
Met Lufschiffsbau wordt bedoeld de Zeppelinfabriek.
Manzell is een wijk in het westen van de stad waar de Dornier vliegtuigfabrieken stonden. Deze fabrieken werden na de Tweede Wereldoorlog ontmanteld.

Friedrichshafen, dinsdag 21 december 1943
Na een half jaar verblijf in 'Lager Seeblick' vindt in de nieuwe kantine de eerste bonte avond plaats onder het motto 'voor en door Nederlanders'. Die ontspanning is hard nodig. In de Nederlandse krant 'Het Volk' wordt er verslag van gedaan. Het artikel is nogal propagandistisch geschreven. Zo wordt gemeld dat de 'Lagerführer' in zijn rede aan het begin van de avond wijst op de goede verstandhouding tussen hem en de Nederlanders. De verhalen van de arbeiders geven echter een geheel ander beeld.
De avond begint met een extra maaltijd, die een feestelijk tintje krijgt door de aanwezigheid van grote voorraden appelen, koek, bier en sigaretten. Het 'Lagerorkest' geeft onder het eten enkele nummers ten beste. G. Razenberg speelt op zijn accordion en Piet de Leyser (tot zijn gedwongen vertrek naar Duitsland portier bij een bioscoop in Den Haag (66) ) is conferencier. Wessel Spoelder boeit met zijn goocheltoeren. Hij doet dat uiteraard niet in zijn kostuum, dat hij voor de oorlog droeg tijdens zijn optreden als onderdeel van een cabaretgezelschap in West-Friesland.

Wessel Spoelder die voor de oorlog op trad als Goochelaar.

Wessel Spoelder (artiestenfoto uit de jaren voor zijn gedwongen vertrek naar Duitsland).


Na de goocheltoeren treedt een Hawaiian ensemble op en wordt er een schets gespeeld onder de titel 'Met verlof'. (67) Of op deze avond ook het Maybachlied is gezongen is niet duidelijk. Dit lied, dat door de Nederlandse dwangarbeiders is geschreven luidde (de schrijfwijze van woorden met een y in plaats van een ij is aangehouden) als volgt:

Maybachlied

Ergens in Groot Duitsland
Daar staat de Maybachkeet
Daar moesten wy gaan werken
Dat deed ons zo veel leed
Ondanks de vele maanden
Dat wy hier moeten zyn
Dat mag hen toch niet hinderen
Zy krygen ons niet klein

Refrein

Ja eens komt de dag
Dat ik weer naar Holland mag
Jola die ja lodie die da
Jola la die da da
Wy wonen in een lager
En slapen op wat stro
Het eten is er mager
De soep die spant de kroon
Ook hebben wy een dokter
De kwaal is diaree
Het middel dat hy daarvoor geeft
Dat is kamille thee.

Refrein

Wy leven hier gescheiden
Van ouders en van lief
Maar wat ons slechts verblyden kan
Dat is een pakket of brief
Ondanks de distributie
Komt er nog heel wat aan
Maar als wy dat niet hadden
Dan gingen wy er aan.


Refrein

Er is een Lagerführer
Die is toch heel wat mans
Hy kan van alles proberen
Maar krygt by ons geen kans
Wij zullen toch niet klagen
En kyken hoopvol uit
De dag zal spoedig dagen
Waarop de Krieg besluit


Friedrichshafen, vrijdag 31 december 1943
De bonte avond van anderhalve week geleden is zo goed bevallen, dat ook op deze oudejaarsavond weer een feest wordt georganiseerd. Deze keer is het motto 'Wij geven de moed niet op'. De 'Lagerführer' en het keukenpersoneel zijn aanwezig. De 'Lagerführer' spreekt een openingswoord en wenst iedereen een gelukkig nieuwjaar en een spoedige terugkeer naar Nederland. Conferencier is weer Piet de Leyser. Het 'lagerorkest' en het mondharmonicaclubje brengen direct de stemming er in. Daarna wordt de goochelaar Wessel Spoelder (blijkens een krantenartikel) met donderend applaus ontvangen. Hij komt weer met een serie nieuwe toeren, even verbluffend als de vorige maal. Daarbij worden de Duitse hoge pieten die vooraan zitten voor de gek gehouden. Uit de binnenzak van een van hen tovert hij zelfs een b-h. Bij de voorbereidingen voor zijn optreden wordt deze bij een van de Russische keukenmeisjes te leen gevraagd. H. van Welzen zingt daarna, met begeleiding van G. Razenberg enkele liederen. Ook worden toneelstukjes gespeeld en treedt er een buikspreker op.
Onder groot enthousiasme wordt door 'lagerverbindingsman', B. van den Berg bekend gemaakt dat er een sport-, dam-, toneel-, cabaret- en zangclub en een orkest zijn opgericht. Velen geven zich op voor een van deze clubs.
Aan het eind van de avond wordt een minuut stilte in acht genomen voor de gestorven kameraden, voor hen die in krijgsgevangenschap zijn en voor familieleden in Nederland en Duitsland. Daarna wordt nog gezongen 'Waar de blanke top der duinen', aldus het krantenartikel.
Mijn vader kan zich in 1996 niet herinneren dat de minuut stilte en het zingen van zo'n lied heeft plaatsgevonden. Hij acht het ook niet erg waarschijnlijk en wijst er op dat het artikel veel propaganda bevat.

Friedrichshafen, eind 1943
Er zijn ongeveer 750 luchtafweer manschappen in Friedrichshafen ingezet om de bombardementen zoveel mogelijk te voorkomen. (68)

Ga naar hoofdstuk 5 of retour naar de inhoudsopgave.