5. Reconstructie van een verslag over het jaar 1944

Friedrichshafen, zaterdag 8 januari 1944

Het gewicht van mijn vader is nu 72 kilo, zo blijkt uit een kartonnen kaartje. Twee en een halve maand eerder woog hij 66 kilo. Misschien dat de omstandigheden en voeding zijn verbeterd, maar het grote verschil in gewicht kan deels ook veroorzaakt zijn door het gebruik van een andere weegschaal (wat blijkt uit het kaartje) die niet goed is afgesteld.
Sigaretten worden gerookt van 'bukshag', zo genoemd omdat de sigaretten worden gedraaid van tabak van peuken die op de grond liggen. De dunne papieren pagina's van de bijbels die in de barakken liggen doen dienst als vloeipapier. 'Veel bukken en weinig roken' is het motto.

Bregenz, maandag 24 januari 1944
Er ontstaat wat meer vrijheid voor de arbeiders. Er kan zelfs een uitstapje naar Oostenrijk worden gemaakt. Mijn vader reist samen met Anton Bongers naar de stad Bregenz. (69) Oostenrijk vormt sinds de Anschluss in 1938 een Duitse provincie met de naam Ostmark. Toch blijkt er een grens te zijn met een strenge controle. (70) Bregenz is een stad waar mensen uitgaan, ook in oorlogstijd. In de stad begint de Pfänderbahn, een kabelbaan naar de top van de Pfänder met uitzicht op drie landen, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. De datum van dit uitstapje is te achterhalen via een bierviltje (met de reclametekst 'Trinkt Fohrenburger Bier', een Oostenrijks bier) van het Berghaus, waarop met potlood staat geschreven: 'Meegenomen uit Bregenz, 1064 m. hoog, 24 jan. 44'.


Mijn vader nuttigt voor DM 2,32, zijn metgezel voor DM 2,17. Hoewel het hartje winter is, ligt er geen sneeuw.
Na terugkomst van dit uitstapje laat mijn vader door een fotograaf in Friedrichshafen een foto maken, waarop een in Bregenz gekocht speldje met bergschoen en Edelweiss goed te zien is.



Friedrichshafen, woensdag 23 februari 1944
Om het briefverkeer van dwangarbeiders met het buitenland te beperken en te reguleren wordt voor elke verzonden en ontvangen brief een stempel gezet op een controlekaart. Op deze datum ontvangt mijn vader weer een nieuwe controlekaart. Op de achterzijde staat met kleine lettertjes: Deze controlekaart is niet overdraagbaar. Een nieuwe controlekaart wordt alleen gegeven als je de oude inlevert. De brieven worden gecensureerd en het gebeurt vaak dat uit de brieven stukken zijn geknipt voordat deze door zijn verloofde in Leeuwarden en zijn ouders in Hoorn worden ontvangen.

Friedrichshafen in 1996.

Stadtbahnhof Friedrichshafen 1996.
De dagelijkse route van het station naar de Maybachfabriek.

Leeuwarden, maart 1944
Mijn ouders gaan schriftelijk in ondertrouw. Een advertentie in een Nederlandse krant vermeldt dat het huwelijk op een nader te bepalen datum zal plaatsvinden. De bedoeling is in het huwelijk te treden zodra er toestemming is om naar Nederland te gaan. Het zal er dat jaar niet van komen omdat er geen verlof meer wordt verleend. De Duitse arbeidskrachten zijn te hard nodig voor de oorlog en de buitenlandse arbeidskrachten kunnen niet gemist worden.


Vliegroute vanuit engeland

De route van Engelse bommenwerpers over Frankrijk naar Friedrichshafen.


Friedrichshafen, donderdag 16 maart 1944
Amerikaanse vliegtuigen voeren van 11.30 uur en 13.25 uur een bombardement uit op Friedrichshafen. De industrie wordt echter nauwelijks getroffen. Wel komen bommen op woonwijken terecht, onder andere in het Zeppelindorf, een wijk die door de Zeppelinfabriek voor de werknemers is gebouwd. Er vallen in woonwijken 32 doden. (71) Tijdens de reis in 1996 ziet het dorp er idylisch uit. De wijk is gerestaureerd en wordt via monumentenzorg beschermd.

Friedrichshafen, zaterdag 18 maart 1944
Twee dagen later doen de Amerikanen een tweede poging. Ditmaal lukt het wel de industrie te treffen. De Luchtschepenbouw en Dornier worden geraakt. Er vallen 60 doden. De United Air Force verliest daarbij achtentwintig vliegtuigen met driehonderd piloten en overige bemanningsleden. Negen vliegtuigen maken een noodlanding in Zwitserland. (72)

Friedrichshafen, zaterdag 25 maart 1944
Uit een schriftelijke opdracht blijkt dat W.Spoelder, brandwacht nr. 20, 'luftschutzbereitschaftsdienst' heeft van 12.00 uur tot 18.00 uur. De opdracht is getekend door Weikel-Holzer. (73)

Friedrichshafen, dinsdag 28 maart 1944
Pas bij het schrijven van dit gereconstrueerde verslag blijkt dat op deze dag de Engelse luchtmacht over Friedrichshafen vliegt met het doel luchtfoto's te maken van de industriële complexen. Op een van deze foto's zijn de Zeppelinfabriek, Motorenfabriek Maybach en ook 'Lager Seeblick' duidelijk te zien.


Luchtfoto RAF BORDER=


Vooral de hoefijzervorm van het er naast gelegen kerkhof, waar de arbeiders vaak achter grafzerken bescherming zoeken tegen de bombardementen, kan op de foto goed worden onderscheiden. Onzeker is of de vliegtuigen, die de foto's overdag maken, worden opgemerkt. Het afweergeschut heeft blijkbaar niet of onvoldoende gefunctioneerd.

Friedrichshafen, maandag 24 april 1944
Uit de 'Kontrollkarte für den Auslandsbriefverkehr' met 24 poststempels blijkt dat op deze dag de laatste brief uit Friedrichshafen naar Nederland wordt gestuurd. Op deze datum vliegen op klaarlichte dag, tussen 13.00 uur en 15.00 uur 200 Amerikaanse B17 bommenwerpers over de stad. Vijfentwintig woongebouwen worden totaal vernield. Ook de fabrieken van Zahnrad en Dornier zijn het doel. Er vallen 30 doden.

Friedrichshafen, vrijdag 28 april 1944
Precies een maand nadat door Engelse vliegtuigen luchtfoto's zijn genomen vindt in de nacht van donderdag op vrijdag, tussen 01.00 uur tot 03.30 uur, een zware luchtaanval op Friedrichshafen plaats. De bombardementen worden uitgevoerd door 323 Engelse Lancaster langeafstandsbommenwerpers. Deze vliegtuigen beschikken over navigatie-instrumenten en apparatuur voor het uitvoeren van precisiebombardementen. Meer dan 1000 ton bommen vallen die nacht op de stad en de fabriekscomplexen. Zij laten een ruïnelandschap achter. De hele stad brandt. Een van de weinige schuilkelders blijkt de gewelvenkelder onder de slotkerk te zijn, de kerk waarvan de twee uivormige torens het aanzicht van Friedrichshafen bepalen. Veel mensen menen daar veilig te zijn voor de bommen. Tijdens het verblijf in Friedrichshafen zal deze kelder voor mijn vader twee of drie keer als schuilplaats dienen. De kerk wordt in deze nacht voor een groot deel beschadigd. De mensen moeten naar buiten. Het fosfor lekt van het dak als water. (74) De beide torens blijven overeind staan. Tijdens het bombardement van deze nacht worden nagenoeg alle houten barakken van 'Lager Seeblick' vernietigd. Alleen schoorstenen staan nog overeind, te midden van puinhopen en as. Later op de dag ontstaat in een van de torens van de slotkerk alsnog brand. Er blijkt een brandbom met een tijdmechanisme te zijn afgegaan. Van de 323 vliegtuigen gaan er 18 verloren.

De luchtaanval vanuit Zwitserland gezien

Vanuit het neutrale Zwitserland maakt fotograaf Koch een foto
van het bombardement op Friedrichshafen op 28 april 1944.



De Maybachfabriek is voor een groot deel vernietigd en brandt een week lang. (75)
Aan de overkant van het Bodenmeer ligt het neutrale Zwitserland. Daar wordt het bombardement duidelijk waargenomen. Fotograaf Koch uit het plaatsje Rorschach maakt die nacht een foto, waarop lichtkogels, afweergeschut en het brandende Friedrichshafen goed te zien zijn. (76)
Van de 25.000 inwoners van Friedrichshafen vluchten de meesten naar veiliger plaatsen in de omgeving. Daardoor blijven er na dit bombardement maar 8.850 inwoners achter. Friedrichshafen is niet de eerste plaats die door de geallieerden wordt gebombardeerd. Al eerder waren de steden Hamburg en Keulen voor een groot deel vernietigd. In Friedrichshafen gebeurt dat nu pas omdat de afstand vanuit Engeland tot het zuiden van Duitsland tot nu toe niet te overbruggen was voor de vliegtuigen. Op deze dag vinden 136 mensen de dood, waarvan 14 buitenlanders. (77)

De Slotkerk staat in brand op 28 april 1944.

Foto: De Slotkerk staat in brand na een luchtaanval op 28 april 1944.

Luchtfoto Imperial Warmuseum

Foto: Imperial Warmuseum Londen.


Verschillende grote gebouwen van de Maybachfabriek worden vernietigd (bovenzijde foto). Er wordt ook zware schade toegebracht aan de gebouwen van de Luftshiffbau Zeppelin, onder andere aan de enorme luchtschip-hangar (links onder op de foto), en twee derde deel van de 60 barakken die bij de fabrieken horen worden vernietigd (midden rechts op de foto). Het was een bijzonder geslaagde aanval, die later werd beoordeeld als een van de meest zware aanvallen op de Duitse tankproductie. Maar liefs 67 procent van de bebouwing van Friedrichshafen werd vernietigd.

Eriskirch, eind april / begin mei 1944
Omdat de barakken vernietigd zijn huurt de firma Maybach hotels en pensions (78) voor het onderbrengen van de buitenlandse arbeiders onder andere in het dorp Eriskirch, 6 km van Friedrichshafen. Mijn vader wordt onder gebracht 'Bei Spindler', vlakbij de kerk van het dorp. De heer Spindler is een nationaal socialist, die regelmatig zijn uniform draagt. Hij is 'Lehrer' en dat moet ook steeds vermeld worden bij zijn naam. Andere Maybach-Hollanders worden ook in de wijde omgeving van Friedrichshafen ondergebracht. Sommigen treffen het, als blijkt dat zij op een boerderij terecht komen van 'goede' Duitsers en genoeg te eten hebben. (79)
De periode na het bombardement is niet gemakkelijk voor de arbeiders. 'Je mist nu ook nog je kameraden en de vertrouwde omgeving van het Lager. Je moet elke dag door het puin lopen waar je ook naar toe gaat.' (80)
Om in de fabriek van Maybach te kunnen werken is een dagelijkse rit met de trein (weekkaart derde klas van de Reichsbahn) van Eriskirch naar Friedrichshafen nodig. Nu wordt alleen overdag gewerkt, van zes uur 's morgens tot zes uur 's avonds.

Dienstregeling

De dienstregeling van de Reichsbahn. Om 5.43 uur vertrek uit Eriskirch. Aankomst in Friedrichshafen om 5.51 uur.


Uit het spoorboekje, jaargang 1944/1945 blijkt dat de trein 's morgens om 5.43 uur vertrekt uit Eriskirch en aankomt om 5.51 uur in Friedrichshafen. De treinenloop ondervindt moeilijkheden als gevolg van het tekort aan kolen. (81) De produktie van motoren ligt echter, als gevolg van de bombardementen stil. Gewerkt wordt aan het herstel van de fabriek en de machines.

Lindau, donderdag 11 mei 1944 (Hemelvaartsdag)
Op deze vrije dag bezoekt mijn vader het schiereilandje Lindau, in het Bodenmeer, niet ver van Friedrichtshafen. De datum is geschreven op de achterzijde van een meegebracht tegeltje. (82)

Eriskirch, woensdag 17 mei 1944
Uit de controlekaart voor het briefverkeer met het buitenland blijkt dat een eerste brief vanuit de nieuwe woonplaats Eriskirch wordt verzonden. (83) Familieleden in Nederland luisteren naar de clandestiene radiozenders om te horen of bij de vermelde bombardementen ook Friedrichshafen genoemd wordt. (119)

Friedrichshafen, woensdag 19 juli 1944
Na een koortsachtige opbouw van de vernietigde fabriek en machines wordt weer begonnen met de montage van de HL-120 en HL-230 motoren voor pantservoertuigen. (85)

Friedrichshafen, donderdag 20 juli 1944
Omdat de fabrieken hun produktie niet hebben gestaakt wordt tussen 10.35 uur en 12.30 uur een zware luchtaanval door 300 Amerikaanse bommenwerpers uitgevoerd op de al grotendeels vernietigde stad.
Vooral Maybach wordt getroffen. Op de fabriek vallen ongeveer 100 bommen. (86) Een groep van 95 Italiaanse geïnterneerde arbeiders mag de fabriek niet verlaten maar moet dekking zoeken in een kelder van de Maybachfabriek. Door de kelder lopen verschillende leidingen. Eén van de bommen raakt de waterleiding waardoor de kelder vol loopt met water. De arbeiders kunnen geen kant op en allen verdrinken. (87)
Mijn vader is op dat moment op het station en zoekt bescherming door weg te vluchten naar een schuilkelder achter Autohaus Müller. Tijdens het bombardement wordt ook deze kelder met drie voltreffers geraakt. Er komen maar weinig mensen levend uit de kelder. De berichten spreken van 82 tot 93 doden. Pastoor Johannes Mayer gaat direct na de bominslagen naar de kelder. Hij waadt in het bloed en treft overal ledematen aan. (88)

Bomkraters

Kaart van de Amerikaanse luchtmacht waarop de geëxplodeerde en niet geëxplodeerde bommen op 20 juli 1944 zijn weergegeven. (89)


Mijn vader is één van de ongeveer acht mensen die levend uit de kelder gehaald worden. Hij is bewusteloos en komt pas bij bewustzijn in het ziekenhuis van Tettnang, zo'n acht kilometer van Friedrichshafen. In de fabriek van Maybach wordt een gat geboord naar de kelder met verdronken Italianen, waarna dagenlang lijken worden opgehaald en weggevoerd.
De opbouw van de Maybachfabriek in Friedrichshafen begint direct na het bombardement van 20 juli

Tettnang, donderdag 3 augustus 1944
Mijn vader is opgenomen in het ziekenhuis in Tettnang, een plaatsje vlak bij Friedrichshafen. De datum en plaats blijken uit de controlekaart met poststempels.
Op deze dag wordt weer een zware luchtaanval uitgevoerd op Friedrichshafen. Omdat voor de gevechtszones steeds meer luchtafweerpersoneel uit het land wordt weggehaald, worden voor de luchtafweer in Friedrichshafen 15- tot 16-jarige scholieren ingezet. Ongeveer 130 jongeren van verschillende scholen uit Friedrichshafen zijn daarbij betrokken. Bij de luchtaanval van deze dag komen 22 van hen om het leven. (90)

Tettnang, maandag 7 augustus 1944
Op deze datum ontvangt mijn vader weer een brief uit Nederland (met een stempel Ravensburg). Hij ligt nu al 18 dagen in het ziekenhuis.

Friedrichshafen, dinsdag 15 augustus 1944
Tussen 10.30 uur en 12.30 wordt het dorp Raderach, ten noord-westen van Friedrichshafen gebombardeerd.

Friedrichshafen, dinsdag 15 augustus 1944
Mijn vader vraagt bij de burgemeester van Friedrichshafen een vergoeding aan voor de schade geleden tijdens het bombardement van 20 juli. De schade wordt geraamd op DM 45 voor de aanschaf van een stofjas, een overhemd, een das, schoenen, bretels en zakdoeken. Om de schadevergoeding te kunnen ontvangen moet er een getuigeverklaring worden overgelegd. Anton Bongers, een collega die ook het bombardement heeft overleefd, zet als getuige zijn handtekening op het aanvraagformulier. Het is schrijnend dat je als overlevende van een bombardement met ongeveer 90 doden nog een getuige moet zoeken voor deze schadevergoeding.

Eriskirch, zaterdag 19 augustus 1944
Omdat op deze datum vanuit Eriskirch weer een brief wordt verzonden is mijn vader blijkbaar uit het ziekenhuis ontslagen. De periode van het verblijf in het ziekenhuis is ongeveer vier weken geweest. Volgens mijn vader hebben de artsen en verpleegsters zijn verblijf gerekt om hem zo lang mogelijk uit het met bommen geteisterde Friedrichshafen te houden. De berichten over hulp van de Duitse bevolking aan de buitenlandse arbeiders zijn verschillend. Sommige Nederlandse arbeiders spreken van veel goede Duitsers, die niets moeten weten van de Nazi's.

Plaats onbekend (waarschijnlijk Friedrichshafen) datum: alleen jaar bekend: 1944
In een boekhandel ziet mijn vader een boek liggen met de titel 'Das Gesicht der Niederlande' (Het gezicht van Nederland). Hij bladert in het boek en ziet tot zijn verrassing een foto van zijn geboorte- en woonplaats Hoorn, waarop de Veemarkt te zien is, vlakbij zijn ouderlijk huis in de Baanstraat. Hij koopt het boek meteen. Dat is ook begrijpelijk omdat hij al ruim een jaar van huis is, met als enig contact een sporadische brief van zijn ouders en verloofde.






Het voorwoord van het boek is geschreven door Seyss-Inquardt, de Rijksminister voor het bezette Nederland. Daarin beschrijft Seyss-Inquardt hoe mooi ons land is. Hij merkt op dat de Duitsers, die de Nederlandse grens over komen, bijna uitsluitend het westen van het land bezoeken. In het voorwoord geeft hij aan dat ook de bij Duitsers minder bekende regio's interessant zijn. Hij noemt de provincies Friesland (met zijn uitgestrekte weilanden), Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland (waar de Rijn door stroomt), het heuvelachtige Limburg, het landschap van Noord-Brabant en tenslotte Zeeland. Duitsers spreken, aldus Seys-Inquardt, over Holland in plaats van over Nederland. Dat doet onrecht aan de andere delen van Nederland en hun geschiedenis.
Aan het eind van het voorwoord doet Seyss-Inquardt een aantal uitspraken die de bezetting van Nederland door de Duitsers moet verdedigen. Hij schrijft onder andere dat de afhankelijkheid van Engeland ons land steeds meer vervreemdt van het Duitse Rijk. Volgens hem zou Nederland een voorpost worden van anti-Europse machten. Het bankroet van deze politiek is nu duidelijk, zo constateert hij.

Schelklingen, dinsdag 5 september 1944
Maybach probeert in Friedrichshafen de productie weer op gang te brengen. Besloten wordt de werkplaatsen naar de mijngangen en tunnels bij Überlingen te verplaatsen. Ook Hollandse arbeiders worden gedwongen mee te werken bij de aanleg van de onderaardse gangen, maar tot produktie daar zal het niet meer komen.
In september en oktober wordt de produktie per onderdeel overgeplaatst naar Ehingen, Blaubeuren en Schelklingen, plaatsjes in de buurt van Ulm, zo'n 100 kilometer ten noorden van Friedrichshafen. (91) Er worden ongeveer 100 buitenlandse arbeiders naar deze plaatsen gestuurd. De helft zijn Hollanders, Belgen en Fransen. De overigen zijn 'Ostarbeiter'.
Mijn vader wordt in Schelklingen geplaatst. Daar wordt in de textielfabriek 'Spinnerei Rall' een montagehal voor motoren ingericht. De oorlogsindustrie is nu belangrijker dan textiel. Balen stof van de textielfabriek zijn niet belangrijk meer en worden achter in het gebouw opgeslagen. (92) In Schelklingen wordt door de arbeiders met trucjes geprobeerd de produktie van cilinderkoppen te beperken. (93) Als gevolg van de scherpe bewakingsmaatregelen is een openlijke sabotage niet mogelijk. Het vijlen van de bramen van de cilinderkoppen wordt bewust verkeerd uitgevoerd. De materialen worden al weer snel naar de fabriek teruggestuurd. Als arbeiders ziek zijn wordt dit meestal als simuleren gezien en wordt de betrokkene toch gedwongen achter de werkbank te gaan staan. De verblijfplaatsen van de arbeiders worden regelmatig op achterblijvers gecontroleerd. (94)

Legitimatiebewijs voor de fabriek in Schelklingen

Legitimatiebewijs voor de fabriek in Schelklingen.



Schelklingen, 4 oktober 1944
De gemeente Friedrichshafen stuurt een formulier, waaruit blijkt dat een bedrag zal worden vergoed als gevolg van schade die geleden is tijdens bombardementen. Niet alleen het gevraagde bedrag van DM 45 schadevergoeding voor het bombardement op 20 juli wordt vergoed, maar ook de schade van 28 april. In totaal krijgt hij DM 97.

Schelklingen, maandag 9 oktober 1944
Blijkens de poststempelkaart gaat er op deze datum een eerste brief naar Nederland vanuit Schelkingen.


foto: de fabriek in Schelklingen, in 1998

De arbeiders worden ondergebracht in een pension 'Gasthaus Rose'. Zij slapen in één van de 'Fremdenzimmer' op stro in een 'Doppelstockbett'. Links de Nederlanders en rechts de Fransen en Belgen. Op de bovenzaal slapen naar schatting 40 mensen, waaronder één Frans echtpaar. Jaap Dol noemt het 'een ramp'.

Friedrichshafen, zaterdag 4 november 1944
Enkele vanuit Friedrichshafen naar Gottmadingen overgeplaatste arbeiders ondernemen een vluchtpoging. Zij proberen naar het vrije Zwitserland te komen. Gottmadingen ligt ten westen van het Bodenmeer. Het plaatsje ligt zo dicht bij de Zwitserse grens dat men 's nachts de lichten van het dorp laat branden, om zo de geallieerde luchtmacht de indruk te geven dat het om een Zwitsers dorp gaat. Het vluchtplan mislukt. Terwijl de twee mannen over landerijen kruipen worden zij opgemerkt door een grenswacht met een hond. Omdat de fabrieken bijna zonder personeel zitten, wordt in de meeste gevallen de straf zo gekozen dat de mannen weer snel aan het werk kunnen. Een Nederlandse dwangarbeider vertelt: 'Je kon kiezen tussen neergeschoten worden of een pak slaag krijgen. Natuurlijk kies je dan voor het laatste'. Maar deze keer blijft het daar niet bij. De mannen worden overgebracht naar een gevangenis in Karlsruhe. Dit gebeurt omdat in diezelfde nacht veertig Fransen er in slagen over de grens te komen en daarbij een grenswacht doden. (95)
Al eerder was gebleken dat vluchten naar Zwitserland niet lukt. Mannen die het proberen komen met kaalgeschoren hoofden vanuit de gevangenis weer terug in de fabriek. Zwitsers moeten vluchtelingen weer terugsturen als deze zich nog binnen 10 km van de Duitse grens bevinden. (96)

Schelklingen, zondag 17 december 1944
Een grote luchtaanval op de nabijgelegen stad Ulm. Vanuit Gasthaus Rose is het felle licht van de bominslagen en branden te zien. (97) Rond Schelklingen vinden wel vaker luchtaanvallen plaats. Zo wordt in het nabijgelegen Blaubeuren een lange trein vanuit de lucht beschoten. Mijn vader ziet de vliegtuigen vlak boven de trein heen scheren.



foto: Gasthaus Rose, het onderkomen in Schelkingen. Tweede van links Wessel Spoelder


Markdorf, kerst 1944
Eerder dit jaar staat een groep dwangarbeiders, waaronder mijn vader op het station van Friedrichshafen te wachten op de trein naar Eriskirch. Een andere wachtende op het perron is mevrouw Mayer die in Markdorf, niet ver van Friedrichshafen, woont. Zij hoort Nederlands spreken en vertelt enkele mannen dat zij in Nederland heeft gewerkt. Zij vertelt dat zij dienstbode was bij dokter Romein in Hoorn. Mijn vader is verrast. Hij kent deze dokter uit zijn woonplaats.
Tijdens zijn kerstverlof wil hij niet in Gasthaus Rose blijven maar brengt hij een bezoek aan mevrouw Mayer in Markdorf. Het is vanuit Schelklingen een treinreis van ruim 100 kilometer. (98) Na het bezoek vertrekt hij weer naar het nabijgelegen Friedrichshafen, maar daar blijkt de laatste trein naar Schelklingen niet meer te vertrekken. Mijn vader brengt noodgedwongen de nacht in zijn eentje door op het lege perron van het Stadtbahnhof van Friedrichshafen.

Ga naar hoofdstuk 6 of retour naar de inhoudsopgave.