6. Reconstructie van een verslag over de jaren 1945 en 1946

Schelklingen, zondag 25 februari 1945

Een metgezel van mijn vader, Jaap Dol, noteert nauwgezet alle data en tijden van de bombardementen. Op deze dag wordt Friedrichshafen gebombardeerd tussen 10.41 en 12.05 uur.

Schelklingen, woensdag 28 februari 1945
Mijn vader laat een pasfoto maken, waarschijnlijk in Schelklingen. Op de pasfoto is goed het litteken op zijn wang te zien van een wond als gevolg van het bombardement op 20 juli 1944 in Friedrichshafen. Achterop de foto staat in potlood geschreven: Ter herinnering van de goochelaar WESSEL SPOELDER, Baanstraat 6, HOORN, Duitsland 28/2 45.' Waarschijnlijk is de foto bedoeld voor een vriend.



Friedrichshafen, maandag 19 maart 1945
De Engelse luchtmacht maakt een luchtfoto van het vernietigde Friedrichshafen. Vergeleken met de foto van maart 1944 valt het grote aantal bomkraters op, vooral bij de Zeppelinfabriek. Van de barakken in 'lager' Seeblick is weinig meer over.

Friedrichshafen, maart 1945
De metgezel van mijn vader, Jaap Dol, wordt vanuit Schelklingen teruggestuurd naar Friedrichshafen om daar in het nog overeind staande gedeelte van de fabriek weer aan het werk te gaan. Hij krijgt bijna geen eten en blijft als protest zogenaamd ziek in de barak.

Friedrichshafen, 13 april 1945
Degenen die in Friedrichshafen in de barak verblijven worden door de Gestapo gearresteerd en naar het politiebureau gebracht en met 10 man in één cel gezet. Na twee dagen worden de mannen ingezet bij het ruimen van puin in de stad. 's Avonds krijgen ze koolsoep te eten.

Schelklingen, zaterdag 21 april 1945
's Morgens vliegen bij heldere hemel vele geallieerde vliegtuigen over Schelklingen in de richting van Beieren. Op het oog is alles normaal en iedereen probeert zo gewoon mogelijk aan het werk te gaan, maar er zijn geruchten dat de nabijgelegen plaatsjes Tubingen, Reutlingen en Metzingen zijn bezet door de geallieerden.

Schelklingen en Friedrichshafen, zondag 22 april 1945
Al dagen lang voelen de inwoners van Schelklingen duidelijk dat de Duitse nederlaag niet lang meer op zich zal laten wachten. Er komen Duitse legeronderdelen en individuele soldaten terug. Alles wijst er op dat het eigen leger uiteen valt. Om 12.00 uur wordt het duidelijk dat ook Schelklingen bezet gaat worden door de geallieerden. Bij het raadhuis staat een groepje ongeruste inwoners. De meeste mensen zitten in schuilkelders. Waarschijnlijk zit mijn vader op dat moment in Gasthaus Rose. Om ongeveer 13.30 uur is het geluid van zware pantservoertuigen te horen. Het geluid dringt door tot in de huizen. De Amerikanen rijden door de Baubeurerstraat. Zij delen aan de inwoners al meteen sigaretten uit. Aan Karl Osswald, een inwoner van Schelklingen die aan de kant van de weg staat te kijken, vragen zij in slecht Duits de burgemeester te spreken. Deze wordt snel opgehaald. Om 14.00 uur bezet het Amerikaanse leger Schelklingen. Het wordt een overgave zonder tegenstand. De als democratisch en niet nationaal-socialistisch bekend staande bevolking komt al snel samen in het centrum van het stadje en houden na het invallen van de duisternis de wacht in het raadhuis. Zo willen zij voorkomen dat door sommige inwoners verzetsacties tegen de geallieerden worden uitgevoerd. Om te zorgen dat alles rustig verloopt patrouilleren's nachts twee mannen door de straten. In de dagen die volgen worden de rollen omgedraaid. De buitenlanders die in Schelklingen te werk waren gesteld eisen nu dat de Duitsers tussen de 16 en 45 jaar dagelijks voor hen moeten werken. (99)
In Friedrichshafen horen de arbeiders die opgesloten zijn in het politiebureau aan het kanongebulder dat het front van de geallieerden nadert. Zij worden niet, zoals gebruikelijk, uit hun cel gehaald om te werken. Om 14.00 uur worden zij vrijgelaten. Hun afgenomen spullen worden zelfs teruggegeven. Als de mannen bij de barak terug komen blijken de door hun achtergelaten eigendommen gestolen te zijn. 'Door de Franse bevrijders', zeiden de Duitse mensen die daarbij waren.

Friedrichshafen, zondag 29 april 1945
De Fransen bezetten Friedrichshafen. (100) Al voor de beëindiging van de oorlog worden al veel arbeiders teruggestuurd. De zware bombardementen van de geallieerden maakt het werken veelal onmogelijk. Sinds het begin van de oorlog zijn in Friedrichshafen tenminste 260 buitenlandse arbeiders overleden en op het kerkhof naast 'lager' Seeblick begraven. (101)


>

De plaatsen waar mijn vader verbleef: Friedrichshafen en Schelklingen.

De terugtocht

Terugtocht met een van de Duitsers afgepakte Mercedes-vrachtwagen met houtgasgenerator.

Schelklingen, donderdag 10 mei 1945
De Nederlanders willen na de bezetting door de geallieerden zo snel mogelijk naar Nederland. Het lukt de mannen een vrachtwagen met een houtgasgenerator en twee accu's te bemachtigen. (102) De Duitse vrachtwagen was onbeheerd en hiermee werd met een kleine groep Hollanders de thuisreis begonnen. Mijn vader neemt een grote baal stof van Spinnerei Rall mee. De grote Mercedes wordt gereden door Teun van der Berg die 'rijbevoegd' is. (103) Omdat hout de brandstof is moet er onderweg 'flink worden gezaagd', aldus de chauffeur. Zelfs tuinhekjes moeten er aan geloven. De Duitsers zeggen er niets van, zo bang zijn ze. (104) Op het portier van de wagen is een Hollandse vlag geplakt (105), zodat direct duidelijk is dat het om Hollanders gaat. Omdat het heet is worden in de gesloten vrachtauto ramen gemaakt. (106) Het wordt een moeizame tocht.

De terugtocht

Terugtocht: v.l.n.r. Eli Valkhof, Louis Lamers en chauffeur Teun v.d. Berg.

Frankfurt / Keulen, zondag 13 mei 1945 (107) Van Schelklingen rijdt de groep via de zwaar gebombardeerde steden Ulm en Frankfurt naar Keulen. Daar wordt de groep door Amerikaanse militairen via een pontonbrug over de Rijn op de westoever gezet. Ze passeren een oneindig lange rij vluchtelingen. (108)

Kevelaer, woensdag 16 mei 1945 (109)
De groep bereikt de Nederlandse grens, maar de arbeiders worden door de geallieerden teruggestuurd naar de Duitse stad Kevelaer. Aan het begin van de middag wordt (110) de groep mannen in Kevelaer door de geallieerden opgevangen. In deze bedevaartplaats is de Marienbasiliek ingericht als 'durchgangslager' voor vrijgelaten krijgsgevangenen en dwangarbeiders. In Kevelaer is het priesterhuis in beslag genomen. Het plein met de kapel, waar anders vele processies beginnen, dient nu als parkeerplaats voor de voertuigen van de geallieerde bezettingsmacht. (111)

Kevelaer

Een Britse tank voor de Marienbasiliek in Kevelaer.
De basiliek dient als opvangcentrum.
(Foto: Imperial War Museum Londen).

In de basiliek ligt stro op de grond, waar de mannen op moeten slapen. Op deze dag vindt ook de laatste medische inspectie door geallieerden plaats. Mijn vader krijgt het 'medical clearance certificate' van het Amerikaanse leger. (112)

Oirschot, ongeveer 18 mei 1945
Van Kevelaer worden de mannen doorgestuurd naar het Brabantse Oirschot. Daar worden ze ondervraagd en worden ze ontluisd met DDT-poeder. (113)

Oirschot/Leeuwarden, dinsdag 22 mei 1945
Een aanmeldingskaart voor gerepatrieerden vermeldt deze datum. Op deze kaart worden stempels en parafen gezet en aantekeningen gemaakt die een terugkeer naar huis mogelijk moeten maken. Er moet een rij instanties worden afgewerkt, het ministerie voor volksgezondheid, de politie, afdeling bevolking, het arbeidsbureau, de distributiedienst en het steunorgaan voor financiële bijstand. In het vakje van de politie wordt getypt: 'politiek betrouwbaar'.
Een terugkeer naar het ouderlijk huis in Hoorn blijkt niet mogelijk te zijn omdat de toegang tot West-Nederland geblokkeerd is als gevolg van ziekten en hongersnood die in dat deel van het land heersen. Daarom kiest hij voor Leeuwarden, de woonplaats van zijn aanstaande vrouw. Met een bus van de geallieerden wordt de reis gemaakt. Omdat de bruggen over de rivieren kapot zijn wordt het een langdurige reis.

Leeuwarden, woensdag 23 mei 1945
Mijn vader komt na twee jaar gedwongen verblijf in Duitsland aan in Leeuwarden. Hij gaat direct naar het adres van zijn verloofde Frederika Faber op het Mariahof 16. (114) Zij is niet thuis, maar haar broer gaat haar meteen ophalen met zijn kruideniersfiets. Even later ontmoeten zij elkaar. De collega van mijn vader uit Friedrichshafen, Jaap Dol uit Leeuwarden, die hij twee jaar eerder in Alkmaar in de trein leerde kennen, was al eerder aangekomen. Hij komt op 11 mei 1945 aan, mijn vader doet er twaalf dagen langer over. Na de bevrijding zwerft Jaap Dol eerst nog wat in Friedrichshafen rond, krijgt bij boeren hier en daar wat te eten en reist dan via Zwitserland, Frankrijk en België naar Nederland.

Leeuwarden, donderdag 24 mei 1945
Op deze datum krijgt mijn vader van de Distibutiedienst in Leeuwarden bonnen voor onder andere levensmiddelen. (115)

Hoorn, donderdag 21 juni 1945
Op of vlak voor deze datum wordt het westen van Nederland weer opengesteld en kan eindelijk de reis naar zijn ouders in zijn woonplaats Hoorn worden ondernomen. Het stempel op zijn kaart laat zien dat hij op deze datum van de Distributeidienst in Hoorn bonnen voor levensonderhoud ontvangt.

Hoorn, vrijdag 22 juni 1945
Na een twee jaar durend verblijf in moeilijke omstandigheden is mijn vader weer thuis. Op deze dag zet een ambtenaar van het bevolkingsregister van de gemeente Hoorn een stempel op zijn repatrieringskaart.

Leeuwarden, woensdag 19 december 1945
Mijn ouders trouwen in het stadhuis van Leeuwarden. Zij hebben zelfs een koetsje gehuurd. Mijn moeder draagt een trouwjurk, gemaakt uit de baal stof die mijn vader meenam uit de fabriekshal van 'Spinerei Rall' in Schelklingen.



Trouwfoto stadhuis Leeuwarden


14 maart 1946
Mijn vader ontvangt van de burgemeester van Hoorn een brief. De tekst luidt:

Aan den heer W.Spoelder,
badknecht,
ALHIER.

Ten verzoeke van den Commissaris der Koningin in de provincie Noordholland deel ik U namens dezen mede, dat hij, gelet op het door de betrokken Zuiverings - Advies - Commissie omtrent U uitgebrachte rapport, geen aanleiding heeft gevonden tot het nemen of voorstellen van eenigen maatregelen te Uwen opzichte.

De Burgemeester van Hoorn,


1946 (datum onbekend)
Zestien medewerkers van de firma Maybach worden aangeklaagd wegens slechte behandeling van buitenlandse arbeidskrachten. Zes daarvan werden in 1946 vrijgesproken. De overige tien werden tot gevangenisstraf veroordeeld van een tot vier jaar.

Ga naar hoofdstuk 7 of retour naar de inhoudsopgave.