7. Een terugkeer in 1996

In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw reist mijn vader enkele keren terug naar Friedrichshafen. In juli 1996, op 80-jarige leeftijd, bezoekt hij met mij voor de laatste keer de stad waarmee hij, ondanks de slechte omstandigheden tijdens zijn verblijf in de Tweede Wereldoorlog, verbonden is gebleven.

We worden ontvangen in de fabriek en na een rondleiding zoek ik naar de plek waar de barakken voor de huisvesting van de dwangarbeiders stonden. Aan de hand van oude kaarten van het 'Lager Seeblick' vind ik het terrein, pal naast de Maybachfabriek. Op deze plaats zijn flatgebouwen neergezet. Van historica Christa Tholander, die in Friedrichshafen onderzoek doet naar dwangarbeid, hoor ik dat er nog één barak van Lager Seeblick overgebleven is. Ik ga op zoek, loop rond het terrein en vind tenslotte het gebouwtje.

Zoektocht naar de plek van het Lager.

Zoeken naar de plek van 'Lager Seeblick'.

De barak is niet behouden gebleven uit cultuur-historisch belang, maar gewoon omdat het gebouwtje in gebruik is bij een steenhouwer. Ik vergelijk de oude tekening met de situatie nu en kom er niet achter om welke barak het nu precies gaat. Misschien is deze toch een stukje verplaatst.
Als ik mijn vader in zijn rolstoel naar de barak rijd zegt hij dat het dak en de bovenkant van de houten wanden niet zijn veranderd. Hoewel mijn vader, tijdens mijn jeugd, zelden over zijn verblijf in Duitsland sprak hoorde ik af en toe wel iets over de omstandigheden in die periode, maar eigenlijk alleen als ik er naar vroeg. Ik had dan ook geen goed beeld van hoe mijn vader de twee jaren in Duitsland had doorgebracht. En nu sta ik plotseling bij een originele barak van Lager Seeblick. Het is een indrukwekkende ervaring.
Ik kijk naar de houten wanden en het dak. De onderzijde van de wanden zijn met cement versterkt. In het houten gebouwtje worden nu grafzerken gemaakt voor het aangrenzende kerkhof.

De enig overgebleven barak van lager Seeblick in 1996.

De enige overgebleven barak van Lager Seeblick in 1996.


Op dezelfde dag gaan we naar het station van Friedrichshafen.

Station Friedrichshafen Stadt.

Voor het station is een plantsoen met bloemperken aangelegd. Op die plek stond Autohaus Müller dat op 20 juli 1944 werd gebombardeerd terwijl mijn vader met vele anderen achter dit gebouw in een schuilkelder verbleef. Hij raakte gewond, terwijl ongeveer 90 mensen de dood vonden. Mijn vader is bij de terugkeer naar deze plek, 50 jaar na het bombardement, zichtbaar aangedaan.
Station Friedrichshafen


De Maybachfabrieken hebben inmiddels een andere naam: MTU (onderdeel van Tognum). De fabriek maakt nog steeds grote motoren, maar nu niet alleen voor tanks maar vooral voor schepen en treinen, waaronder de TGV's.

Boekomslag Hochleistungsmotoren.

De fabrieksgebouwen zijn voor een groot deel nog dezelfde als die van voor de oorlog. Ze zijn nog in tact of werden hersteld.

Tijdens het weerzien in 1996 wordt mijn vader, samen met een aantal andere mannen die als dwangarbeider voor Maybach hebben gewerkt, door de leiding van de fabriek ontvangen. In de toespraak namens de directie worden de voormalige dwangarbeiders van harte welkom geheten, maar over de omstandigheden tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt nauwelijks gesproken. Ook een mogelijke betaling van loon dat nog altijd verschuldigd is komt niet aan de orde. Na een rondleiding door de fabriek biedt de directie een lunch aan.

Even later zit mijn vader in het bedrijfsrestaurant te eten. Naast hem zit de 77 jarige 'Herr Scheck', een Duitse gepensioneerde werknemer van Maybach die in de oorlog in dezelfde fabriek werkzaam was. Ik vraag mij af hoe zij met elkaar omgingen tijdens de oorlog, de gewone werknemers die een baan hadden bij Maybach en de dwangarbeiders uit andere landen. Mijn vader en de heer Scheck kennen elkaar niet uit die tijd. Waarschijnlijk werkte de heer Scheck op een andere afdeling. Ze spreken tijdens de lunch weinig met elkaar. Als de heer Scheck vraagt: 'U heeft het hier tijdens uw verblijf in de oorlog toch niet zo slecht gehad?', antwoordt mijn vader: 'ja, slecht, heel slecht'. Beiden eten verder zonder nog een woord te zeggen.

In 2002 overlijdt mijn vader op 87 jarige leeftijd.


Ga naar de literatuuropgave of retour naar de inhoudsopgave.